Chips aan een bezemsteel

“Mam, we willen met een stel gaan picknicken. Is dat oké?

Het is eind april en de jongens hebben vanwege Corona al weken geen live contact meer gehad met hun vrienden. De jongste van 14 vindt het allemaal wel even best. De oudste van 16 heeft er meer moeite mee. Zijn mobiel is zijn ‘life-line’ naar buiten geworden. Het aantal appjes over en weer is geëxplodeerd. En tussen het online schoolwerk door en ’s avonds tot ver na zijn bedtijd klinkt er gelach vanuit zijn kamer omdat hij weer een “call” heeft met een van zijn vriendengroepen. Het met elkaar dollen in de pauze, afspreken na schooltijd, de altijd weer super toffe verjaardagsfeestjes met elkaar, hij mist ze enorm. Bij vlagen is hij stiller dan ooit, trekt hij zich terug op zijn kamer of loopt hij stik sjacherijnig door het huis. Zijn struggle is duidelijk zichtbaar.

Het raakt je als ouder je kind zo te zien. Het liefst zou je het ongemak willen wegnemen. Het oplossen. Maar hoe? Die regels zijn er niet voor niets. En hoewel je ze begrijpt, heb je bij sommige van die regels ook je vraagtekens. Hoe strikt moet je hiermee omgaan? Hoe doen andere ouders dit eigenlijk? Als jij de teugels laat vieren, wat zullen anderen daar dan van denken? En zo worstel jij van binnen.

Praten met je puber over wat hij nodig heeft en wat jij als ouder belangrijk vindt, maakt dat je samen kunt optrekken. En dan komen er, haast als vanzelf, ook creatieve oplossingen.

Ruim een uur later dan afgesproken zwaait de poort open en komt een stralend gezicht tevoorschijn: “We waren compleet de tijd vergeten! Rick had een bezemsteel meegenomen met een haak eraan om de chips door te geven. En als het niet aan die haak kon dan hadden we nog het fietsmandje van Emma. We hebben zo gelachen, mam.”